Open Toegankelijkheidsdata

Het makkelijk vindbaar en bruikbaar maken van informatie over de toegankelijkheid van (overheids)gebouwen blijft tot op heden een grote uitdaging. De verzamelde data worden vandaag niet als gestructureerde open data gepubliceerd, waardoor het moeilijk is er nieuwe visualisaties of toepassingen mee te bouwen. Deze pagina geeft weer welke stappen ondernomen worden binnen deze tweede datapiloot en wat de belangrijkste inzichten zijn die opgedaan werden. Deze pagina is ook als nota beschikbaar in de vorm van een pdf en terug te vinden op deze link.

Doel

De tweede datapiloot in Smart Flanders had als doel te onderzoeken hoe Linked Open Data (LOD) (voor een beknopte achtergrond: https://5stardata.info/) ingezet kunnen worden om gegevens over de toegankelijkheid van overheidsgebouwen schaalbaar en kostenefficiënt te ontsluiten. Er werd op 25 juni 2018 een werksessie rond toegankelijkheidsdata bij elkaar geroepen door het Smart Flanders team, waarop domeinexperten uit de centrumsteden aanwezig waren, samen met betrokken actoren uit het veld zoals de Vlaamse Toegankelijkheidsambtenaar, Inter, Agentschap Toegankelijk Vlaanderen en de makers van de OnWheels app. Hun input werd verzameld om een beter beeld te krijgen van de uitdagingen waar men vandaag voor staat en welke rol Linked Open Data hierin zou kunnen spelen.

Om dit tastbaar te maken werd op basis van de verzamelde input vervolgens aan twee studententeams in Open Summer of Code 2018 gevraagd proof of concepts te ontwikkelen om (1) toegankelijkheidsdata en andere gegevens over publieke dienstverlening als LOD te publiceren en (2) een visualisatie te bouwen die deze data eenvoudig weergeeft. Het doel was niet om een afgewerkt product op te leveren, maar eerder om aan te tonen hoe in beperkte tijd (3 weken) en met weinig middelen (7 studenten) het potentieel van Linked Open Data in deze context te illustreren.

Resultaat

De twee proof of concepts werden aan het einde van Open Summer of Code 18 opgeleverd in de vorm van twee online demonstrators en een blog die de uitdagingen bijhield die de studenten tegenkwamen. De homepage van beiden projecten is: https://osoc18.github.io/OASIS/

Proof of concept Smart Flanders LOD

Het eerste studententeam heeft zich toegelegd op het als LOD publiceren van de toegankelijkheidsdata. Dit betekende dat de webadressen (URI’s) uit het CRAB moesten hergebruikt worden om de straatadressen in de toevla.be databank aan te duiden. Hier stelde zich een belangrijke uitdaging: in het CRAB is geen functie toegekend aan gebouwen en is het dus niet mogelijk op basis van een adres te onderscheiden of het om een overheidsgebouw gaat en welke diensten hier eventueel te raadplegen zijn. Om dit mogelijk te maken is de meest kostenefficiënte manier van werken dat overheden (of andere organisaties) deze informatie als LOD publiceren in hun webpagina’s. Door per gebouw een webpagina te maken die een webadres (URI) uit het CRAB gebruikt en als LOD te beschrijven welke diensten er beschikbaar zijn, op welke manieren het gebouw toegankelijk is, welke de openingsuren zijn enzovoort, wordt deze webpagina leesbaar voor machines (terwijl ze ook leesbaar blijft voor mensen).

Om te illustreren hoe dit zou kunnen werken bouwden de studenten een makkelijke interface - een soort formulier - dat toelaat informatie over een gebouw als LOD te publiceren. Via het formulier kan een gebouw opgezocht worden waarover we LOD willen aanmaken. Na het juiste gebouw of unit geselecteerd te hebben kan men vervolgens informatie invoeren, zoals bijvoorbeeld welke diensten er in het gebouw worden aangeboden, wat de openingsuren zijn en op welke manieren het gebouw toegankelijk is. Na deze informatie te hebben ingevuld, wordt een stuk code aangeleverd in JSON-LD, een LOD-formaat, die gekopieerd kan worden in de webpagina over een gebouw van een overheidswebsite. Waarom dit belangrijk is en wat hierdoor mogelijk wordt, komt in de volgende proof of concept aan bod.

De Smart Flanders LOD poc is terug te vinden op https://smartflanders.ilabt.imec.be/.

Proof of concept Access Flanders

Door de onderliggende data als Linked Open Data beschikbaar te maken, wordt het voor app-ontwikkelaars zeer eenvoudig nieuwe visualisaties of toepassingen te bouwen. Dit terwijl de kost van publicatie voor de overheid laag blijft en de oplossing makkelijk schaalbaar is.

De Access Flanders poc toont dit aan: wanneer de websites van verschillende overheden gebruik maken van CRAB-webadressen om naar hun gebouwen te verwijzen, én op die webpagina’s informatie over die gebouwen als LOD publiceren, hoeft een applicatie enkel het webadres uit het CRAB te volgen om alle publiek beschikbare informatie over dat gebouw via het web op te vragen. De app volgt het webadres (URI) uit het CRAB en haalt alle gestructureerde (en meest up to date) informatie op uit de verschillende websites die dit webadres ook gebruiken om naar een gebouw te verwijzen.

Deze situatie wordt gesimuleerd in de Access Flanders poc. De data uit toevla.be en de OnWheels app (voor Stad Gent) werden als LOD beschreven, gekoppeld aan een gebouw uit het CRAB en zo vindbaar gemaakt in een kaart-interface. Omdat de kaart deze informatie telkens opnieuw ophaalt bij het herladen werkt deze iets trager, maar is ze wel steeds voorzien van de meest recente informatie: wanneer een openingsuur bijvoorbeeld wordt aangepast op de website van een lokaal bestuur, zal deze informatie ook opgehaald worden door de kaart. Middels een aantal beperkte ingrepen is het mogelijk deze visualisatie veel sneller te laten werken, maar dit viel buiten de scope van het werk in Open Summer of Code.

De Access Flanders poc is terug te vinden op http://accessflanders.be/

Technische uitdagingen

Bij het Smart Flanders team lag de uitdaging bij het publiceren van Linked Open Data. Een eerste stap was het omzetten van wat er zichtbaar is op de website van een lokaal bestuur, bijvoorbeeld een webpagina over een bibliotheek, naar machine-leesbare data. Hierbij staat het gebouw(eenheid) centraal om daaraan diensten en toegankelijkheidsinformatie te koppelen. Een integratie met de basisregisters van de Vlaamse overheid zorgt ervoor dat de applicatie-gebruiker op basis van postcode, straatnaam en nummer de correcte identificator van het gebouw kon terugvinden. Opdat het Access Flanders team dit gebouw vlot op een kaart kan weergegeven werd besloten om de coördinaten van het bijhorende adres toe te voegen. De studenten hebben het applicatieprofiel “gebouwenregister” van Open Standaarden voor geLinkte Organisaties (OSLO) gebruikt als leidraad om te bepalen welke data-standaarden gevolgd moesten worden bij het opstellen van de data. Door het gebruik van de JSON-LD playground, die de gelinkte data in een handig tabel-overzicht toont, konden de studenten dit vlot opstellen. Gelijkaardige uitdaging was om toegankelijkheidsinformatie uit ToeVla te mappen met een vocabularium rond toegankelijkheid. Een moeilijkheid was om uit te zoeken hoe dit vocabularium best gebruikt en geïnterpreteerd kon worden. Uiteindelijk konden er een aantal voorbeelden gevonden worden zoals het beschrijven van de toegankelijkheid van toiletten of de AccesSEAble app die als proefproject ontwikkeld werd bij Inter. Net zoals bij het gebouwenregister zou een applicatieprofiel van toegankelijkheidsinformatie ervoor kunnen zorgen dat applicatiebouwers weten hoe ze dit soort data zo interoperabel mogelijk kunnen structureren.

Team Access Flanders boog zich over het bevragen van de LOD. De uitdaging hierbij lag bij het verzamelen van de data die Smart Flanders publiceert. In een productie-omgeving wordt er meestal vertrokken vanuit een API die ofwel alle vragen kan beantwoorden (SPARQL-endpoint) ofwel een antwoord geeft dat voldoende is voor de applicatie om mee verder te kunnen. Binnen dit oSoc-project kon de applicatie niet zomaar een lijst opvragen van alle gebouwen binnen Vlaanderen, maar moest deze hiernaar op zoek gaan via twee catalogus-niveaus. Eerst wordt een catalogus van links naar de websites van alle lokale besturen opgezocht. Deze lijst van websites zou in een ideaal scenario gepubliceerd zijn op het Vlaams Open Data portaal. Vervolgens is er ook een catalogus gepubliceerd per lokaal bestuur die bijvoorbeeld doorverwijst naar de webpagina van een dienst of openbaar domein. Een webpagina is met andere woorden een dataset. De uitdaging bij de Access Flanders-applicatie was om dynamisch deze catalogussen in te lezen, links te volgen naar de specifieke webpagina’s en metadata van gebouwen en diensten te combineren om ten slotte te visualiseren.

Inzichten en openstaande vragen

Het doorlopen van deze piloot heeft een aantal pertinente vragen blootgelegd over de manier waarop informatie over overheidsgebouwen en toegankelijkheidsinformatie in het algemeen vandaag opgebouwd en gepubliceerd wordt. Het wordt verder duidelijk dat LOD hier als technologie slechts ten dele een antwoord op kan bieden, maar wel een aanzienlijke verbetering zou betekenen tov de status quo.

Vaststelling

Al snel werd duidelijk dat er vandaag een grote uitdaging bestaat rond het capteren van toegankelijkheidsinformatie. De balans tussen volledigheid en betaalbaarheid lijkt hierbij de voornaamste belemmerende factor te zijn. Daarenboven is de publicatie van de data als gestructureerde en machine-leesbare open data tot op heden niet gebeurd. Dit maakt het erg moeilijk voor derde partijen om met de data aan de slag te gaan er bijvoorbeeld nieuwe visualisaties of toepassingen mee te bouwen. Het crowdsourcen van de data, zoals bij OnWheels gebeurt, heeft het voordeel van de schaal, maar de kwaliteit en volledigheid van de informatie is dan weer minder verzekerd. Ook hier worden vooralsnog geen data als open data gepubliceerd, waardoor bijvoorbeeld een combinatie (of zelfs validatie) van de beschikbare gegevens uit verschillende bronnen niet mogelijk is.

De meerwaarde van LOD

Wat de pocs alvast proberen duidelijk maken is dat het publiceren van informatie over gebouwen als LOD, gelinkt aan het CRAB en gebouwenregister, een aantal moeilijkheden kan oplossen. Op deze manier wordt de gepubliceerde informatie voor veel toepassingen consulteerbaar. Bovendien is de kost van publicatie relatief laag, aangezien dit gewoon op (of liever in) de website van de betrokken overheid of organisatie kan. Door de eigen website up to date te houden, blijft de informatie in andere toepassingen automatisch ook de meest recente. Het is daarbij uiteraard wel zaak de leveranciers van deze websites mee aan boord te krijgen, zodat dergelijke wijzigingen snel en kostenefficiënt kunnen gebeuren.

Wat kan er gedaan worden?

Een eerste advies - los van de publicatie - draait eerder rond de data-captatie: om op relatief korte termijn meer kwaliteitsvolle data op te bouwen lijkt het waardevol dat Inter, Agentschap Toegankelijk Vlaanderen en haar partners bekijken of er een soort “light” businessmodel mogelijk is, waarbij minstens voor overheidsgebouwen kwalitatieve toegankelijkheidsinformatie wordt aangelegd over een aantal beperkte parameters. Dit zou het voor lokale besturen laagdrempelig moeten maken om beperkte toegankelijkheidsdossiers te laten aanleggen over de eigen gebouwen.

Een tweede drempel voor overheden is het produceren en publiceren van LOD over de diensten en toegankelijkheid die er geboden worden. Een editor zoals die in de Smart Flanders poc ontwikkeld werd, kan dit ondersteunen, maar het zullen nog steeds de website-leveranciers zijn die deze code moeten integreren in de relevante webpagina’s. Hierrond is dus verdere afstemming en een duidelijke rolverdeling nodig (zie verder).

Tegelijkertijd moet er onderzocht worden wat er nodig is om toevla.be als (linked) open data ter beschikking te stellen. Door deze informatie als machine-leesbare en gestructureerde data te publiceren, kan ze veel breder ingezet worden door uiteenlopende actoren. Idealiter wordt ook de informatie van andere partijen (bijvoorbeeld OnWheels) als open data ter beschikking gesteld en kan er onderzocht worden op welke manieren organisaties hierin ondersteund kunnen worden. Om dit mogelijk te maken zou vanuit technisch oogpunt best een applicatieprofiel opgesteld worden dat beschrijft hoe Toevla, OnWheels, lokale besturen of andere partijen toegankelijkheidsdata moeten opstellen. Met de huidige vocabularia blijft het wat gissen om de data op een correcte manier te interpreteren en bepaalde uitspraken op een betrouwbare manier te doen.

Wie doet er wat?

Cruciaal in dit verhaal is de vraag wie de governance moet oppakken en hoe er met deze inzichten verder aan de slag gegaan kan worden. De pocs die ontwikkeld werden zijn immers geen eindproduct, maar willen eerder aanhalen wat LOD kan betekenen voor dit soort data. De informatie uit toevla.be zou idealiter als LOD gepubliceerd worden, wat bijvoorbeeld door AIV ondersteund zou kunnen worden, maar dit brengt uiteraard een investeringskost met zich mee. Tegelijkertijd moet de informatie over overheidsgebouwen als LOD gepubliceerd worden op de relevante webpagina’s van lokale besturen en andere organisaties. Dit wil zeggen dat hier rekening mee gehouden dient te worden bij het aanbesteden van die websites of dat de flexibiliteit om dit vandaag aan te passen ingebouwd moet zijn in huidige overeenkomsten. Tenslotte lijkt het in deze ook van groot belang dat er een structurele dialoog wordt opgezet rond data-delen en standaardisering tussen de verschillende actoren in het ecosysteem en dat er heldere afspraken worden gemaakt over wie welke rol opneemt en wie welke diensten en ondersteuning kan voorzien.

Conclusie

De pocs die in het kader van Smart Flanders ontwikkeld werden leveren een aantal interessante lessen en pistes ter verdere verkenning op:

  • Linked Open Data hebben een grote potentiële meerwaarde om toegankelijkheidsinformatie te publiceren op een schaalbare en kostenefficiënte manier
  • De ontsluiting van toevla.be als (linked) open data door het verrijken van hun website moet onderzocht worden
  • Een “light” businessmodel exploreren om meer data-captatie over een aantal beperkte toegankelijkheidsparameters heen mogelijk te maken
  • Onderzoeken hoe besturen best ondersteund worden bij het publiceren van LOD over hun adressen/gebouwen en wie hier de trekkende rol in opneemt
  • Een governance rond de data afspreken en voorzien in verdere animatie van het ecosysteem