5 Hergebruik van open data een duwtje in de rug geven

5.1 Data zijn nog geen diensten: een overgangsfase

Voorbeelden uit binnen- en buitenland leren dat open data publiceren niet automatisch leidt tot een verrijking of hergebruik van de data. Veel heeft te maken met een aantal eerder aangehaalde kwesties: beschikbaarheid, vindbaarheid, fragmentatie, bruikbaarheid, betrouwbaarheid enzovoort. Open data dragen in die zin een ‘de-kip-of-het-ei’-probleem in zich: er moeten voldoende data beschikbaar zijn voordat een hergebruiker ermee aan de slag zal gaan, en overheden zijn pas bereid data te openen als er een duidelijke vraag naar is.
We bevinden ons momenteel in een overgangsfase, waarin de meerwaarde om data open te stellen niet altijd duidelijk is, zeker voor het lokale niveau. Toch ligt ook hier een opportuniteit voor innovatie, namelijk in de ondersteuning van opendatapublicatie en de verrijking van data door een hogere overheid of door derde partijen. Technische oplossingen waardoor medewerkers van de administratie makkelijker data kunnen invoeren, verrijken of publiceren, bieden vandaag zeker een meerwaarde. Dergelijke oplossingen kunnen een deel van de achterliggende complexiteit verbergen voor de eindgebruiker en er tegelijkertijd voor zorgen dat er meer open data beschikbaar worden.
Een eerste voorbeeld hiervan is Het Lokale Besluiten als Linked Open Data-traject (LBLOD) van de Vlaamse Overheid dat in het vorige hoofdstuk aan bod kwam. Met bijvoorbeeld een editor voor lokale besluiten, die op een tekstverwerker lijkt maar er in de achtergrond linked open data van maakt, hoeft de verslaggever geen complexe databank aan te vullen. De verslaggever kan zijn taak uitvoeren zoals voorheen, maar de gecreëerde meerwaarde is wel enorm. Door het voor leveranciers mogelijk te maken om de LBLOD-standaarden te integreren in hun bestaande oplossingen, kan de markt hier bovendien ook blijven spelen en blijven besturen vrij in hun keuze van leverancier.
Een tweede voorbeeld vinden we binnen de expertise Openbaar Domein. Daar biedt een toepassing via een grafische interface een makkelijke manier om innames van het openbaar domein in een gemeente of stad in te voeren. Achterliggend wordt een koppeling gemaakt met het Generiek Informatieplatform Openbaar Domein van de Vlaamse Overheid (GIPOD) om na te gaan of er geen conflicten zijn, en om nieuwe innames rechtstreeks in het GIPOD op te nemen. De Vlaamse Overheid stelt op haar beurt het GIPOD ter beschikking als open data, die hergebruikers als Google Maps en Waze inzetten om hun gebruikers een juiste route aan te bieden. Deze oplossing biedt dus een makkelijke manier aan lokale besturen om een anders complexe (en verplichte) databank van de Vlaamse Overheid aan te vullen en tegelijkertijd waardevolle open data over innames openbaar domein te creëren.
Er liggen dus zeker nog opportuniteiten in de verdere ondersteuning van de aanmaak, aanvulling, verwerking en uiteindelijke ontsluiting van uiteenlopende soorten data. Hoewel deze mogelijkheden vaak commercieel van aard zullen zijn, kunnen ze ook voor het lokale bestuur een tijds- en efficiëntiewinst opleveren, en kunnen ze de steden en gemeenten ontzorgen op het vlak van data-ontsluiting. Om te verzekeren dat dit op een correcte en gestandaardiseerde manier gebeurt, verwijzen we naar ‘(Open) data in bestekken’ in hoofdstuk 3.3.3.

5.2 Hoe zorgen we ervoor dat open data ook hergebruikt worden?

Enkel data openen betekent niet automatisch dat er nieuwe of innovatieve toepassingen mee gebouwd zullen worden. Dit wil niet zeggen dat open data onvoldoende potentieel hebben: er zijn voorbeelden in binnen- en buitenland waarbij open data aantoonbaar tot nieuwe toepassingen en zelfs geheel nieuwe ecosystemen van hergebruikers geleid hebben (zie verder in dit hoofdstuk).
Wat is er dan nodig om te vermijden dat het openen van data een maat voor niets blijft en enkel kosten oplevert voor de publicerende organisatie? Hoe scheppen we een kader waardoor er effectief hergebruik van de data plaatsvindt?
Een van de eerste cruciale voorwaarden is communicatie. Vanzelfsprekend moet de buitenwereld ervan op de hoogte zijn dat je als overheidsorganisatie data publiceert en waar deze dan te vinden zijn. Manieren om hier aan tegemoet te komen zijn een informatiecampagne, infomomenten en aanwezigheid op relevante events. De bekendmaking van de open data is één aspect, maar in tweede instantie moet je ook meegeven in welke context de data tot stand kwamen en hoe derden ze eventueel kunnen gebruiken. De beleidsmatige uitdaging waar men als overheid voor staat, moet duidelijk zijn. Dit vraagt soms enige durf en transparantie. Deze aanpak geeft prospectieve hergebruikers meer inzage in het potentieel van de data en kan hen inspireren om met de data een oplossing te creëren die voor alle betrokken partijen winst oplevert. Een tweede succesvoorwaarde is dan documentatie. Een ontwikkelaar moet begrijpen hoe hij met de data aan de slag kan gaan, wie hij eventueel kan contacteren voor meer informatie, in welk kader de data tot stand gekomen zijn, welke technische of andere beperkingen er eventueel op de data van toepassing zijn enzovoort. De data en de manieren om ermee aan de slag te gaan, zijn dus best goed gedocumenteerd om een makkelijk hergebruik toe te laten.
Om te verzekeren dat er hergebruik van de open data plaatsvindt, kan je als overheidsorganisatie nog een stap verder gaan en (al dan niet met een externe, adviserende partner) een meer faciliterende rol opnemen. Dit kan zich in de praktijk vertalen naar werksessies of andere ontmoetingen met potentiële hergebruikers om (1) te communiceren welke open data er beschikbaar zijn en wat de tijdslijn is voor de publicatie van nieuwe datasets, en (2) om een beter zicht te krijgen op welke verwachtingen er leven bij eventuele hergebruikers ten aanzien van de overheid over beschikbare data. Het is dus ook van belang dat de instantie die data publiceert in dialoog kan gaan met potentiële hergebruikers om een betere inschatting van haar investeringen in open data te kunnen maken. Je dient dan voor ogen te houden dat je voor dergelijke informatiemomenten voldoende brede uitnodigingen verstuurt, om enerzijds een breed publiek te bereiken en anderzijds te vermijden dat je bepaalde partijen zou bevoordelen. Dit kan je ook vermijden door een externe, adviserende partij in te schakelen om dergelijke momenten te organiseren.

Samenvattend is het onder de huidige zienswijze van belang om alle belanghebbende actoren zoals bedrijven, andere overheden, kennisinstellingen, burgers en middenveldorganisaties te consulteren bij het openen van data. Door infomomenten te organiseren krijg je een beter beeld op de verwachtingen en doelstellingen van de verschillende actoren. Zo kan je meer gericht aan de slag gaan bij de ontsluiting van data, de planning van de publicatie van andere data en – fundamenteel – ervoor zorgen dat je als overheid relevante data openstelt die tot interessant en innovatief hergebruik leiden.


Blijf op de hoogte van onze laatste ontwikkelingen en volg ons op de verschillende social media kanalen.